Je foetus is in week 23 circa 28–30 cm lang en weegt circa 500–600 g. De huid is nog dun en half doorschijnend — bloedvaten schemeren door. Subcutaan vet bouwt op en geeft het lichaam langzaam meer rondingen. De foetus oefent ademhaling (diafragmabewegingen zonder lucht), opent en sluit ogen en reageert op geluid, licht en smaak in het vruchtwater. Het slaap-waakpatroon wordt herkenbaar.
Week 23 volgt op 22 weken zwanger. In week 24 staat de glucosescreening op de agenda. Week 23 hoort bij het tweede trimester.
Braxton-Hicks-contracties kunnen in week 23 voor het eerst merkbaar worden: korte, pijnloze verhardingen van de baarmoeder zonder regelmatig patroon. Ze zijn onschuldig maar kunnen onverwacht voelen. Uitlokkende factoren: uitdroging, beweging, seksueel contact. Verlichting: van houding wisselen, een glas water drinken, gaan liggen.
Onderscheid oefenweeën van vroeggeboorteweeën:
Direct bellen met de verloskundige bij: regelmatige of pijnlijke weeën vóór week 37, vochtverlies uit de vagina (vliezen), bloedverlies, of duidelijk minder kindsbewegingen.
Sommige vrouwen merken voor het eerst colostrum — een goudgele, dikke vloeistof uit de borst. Dit is normaal en geen teken van een probleem. Colostrum is de eerste melk: rijk aan antistoffen (IgA), groeifactoren en witte bloedcellen. De borsten kunnen al in het tweede trimester kleine hoeveelheden produceren als voorbereiding op de borstvoeding.
Week 23 ligt dicht bij de levensvatbaarheidsgrens. In Nederland wordt actieve behandeling van extreem vroeggeboren kinderen in principe overwogen vanaf 24+0 weken (NVOG-richtlijn). Tussen 22 en 24 weken is de overleving beperkt en afhankelijk van zwangerschapsduur, geboortegewicht en individuele omstandigheden. Bij dreigende vroeggeboorte vóór week 32 wordt opname in een Perinatologisch Centrum (NICU-niveau 3) geïndiceerd.
Braxton-Hicks-contracties (oefenweeën) – onregelmatige, pijnloze samentrekkingen van de baarmoeder die het spierweefsel voorbereiden op de bevalling. Treden op vanaf het tweede trimester; worden vaker gevoeld naarmate de zwangerschap vordert. Onderscheid van echte weeën: geen regelmatig patroon, verdwijnen bij rust, nemen niet toe in intensiteit.
Colostrum – de eerste moedermelk: goudgeel, dik en rijk aan antistoffen (secretoir IgA), lactoferrine, groeifactoren en witte bloedcellen. Wordt al in de zwangerschap aangemaakt en is de ideale voeding voor de pasgeborene in de eerste dagen na de geboorte — voor de rijpe moedermelk op gang komt.
Levensvatbaarheidsgrens – de grens waaronder overleving van een vroeggeboren kind vrijwel onmogelijk is. In Nederland geldt een actief behandelbeleid in principe vanaf 24+0 weken (NVOG-richtlijn). Tussen 22 en 24 weken (de zogenoemde periviabele periode) vindt individuele beoordeling plaats in overleg met ouders en neonatoloog.
Oefenweeën (Braxton-Hicks): onregelmatig, verdwijnen bij rust of houdingsverandering, pijnloos of licht ongemakkelijk, niet toenemend in frequentie of kracht. Echte weeën: regelmatig (om de 5–10 minuten, later frequenter), nemen toe in kracht en duur, gaan niet over bij rust, vergezeld van druk laag in de buik of rugpijn. Vóór week 37: bel de verloskundige bij regelmatige weeën (om de 10 minuten of minder), vochtverlies of bloedverlies — dit kunnen tekenen zijn van vroeggeboorte.
Ja, het lekken van colostrum — een goudgele, dikke vloeistof — uit de borsten kan al in het tweede trimester beginnen en is volledig normaal. Het is geen teken van een probleem. Sommige vrouwen merken het nooit; andere hebben er regelmatig last van. Als je het hinderlijk vindt, kun je borstschelpjes of absorberende borstkompressen gebruiken. Masseer de borsten niet om het lekken te stoppen — dit kan weeën stimuleren.
De levensvatbaarheidsgrens is de grens waarna intensieve medische behandeling van een te vroeg geboren kind zinvol kan zijn. In Nederland geldt als richtlijn dat actieve behandeling wordt overwogen vanaf 24+0 weken (NVOG). Tussen 22 en 24 weken (de periviabele periode) vindt individuele besluitvorming plaats in overleg met ouders en neonatoloog. De overleving is sterk afhankelijk van de exacte zwangerschapsduur: bij 24 weken circa 50%, bij 28 weken >90%. Dit is relevant als je vroeggeboorterisico hebt; bij een normale zwangerschap is dit geen dagelijkse zorg.
Neem contact op met je verloskundige over je gewenste geboortelocatie. Bij een ongecompliceerde zwangerschap kun je kiezen: thuis bevallen (verloskundige komt naar je toe), poliklinische bevalling (ziekenhuis of geboortecentrum, daarna snel naar huis), of klinische opname. De verloskundige heeft een samenwerkingsverband met een bepaald ziekenhuis. Als je een voorkeur hebt voor een specifiek ziekenhuis, bespreek dit vroegtijdig. Schrijf je rechtstreeks in via de website van het ziekenhuis of laat de verloskundige dit regelen.
Vanaf week 24–28 ontwikkelt de baby een herkenbaar beweegpatroon. Bij duidelijk minder bewegingen dan je gewend bent over een periode van 12 uur: bel dezelfde dag nog je verloskundige — wacht niet tot de volgende dag. De verloskundige zal je uitnodigen voor een CTG (registratie van de hartslag en eventuele contracties) en/of een echo om het welzijn van de baby te beoordelen. Neem nooit een afwachtende houding aan bij verminderde kindsbewegingen.