Je foetus is in week 38 circa 49 cm lang en weegt circa 3000–3200 g. De baby is volledig uitgerijpt — alle organen zijn functioneel. Vernix caseosa neemt af; de nagels zijn lang (pasgeborenen kunnen zich krabben). Haardos varieert sterk per kind. De bevalling kan elk moment beginnen.
Week 38 volgt op 37 weken zwanger. In week 39 begint het optimale geboortemoment. Week 38 hoort bij het derde trimester.
Voortekenen — afwachten, verloskundige informeren:
Echte bevalling — bel verloskundige of ga naar verloskamer:
In de vroege fase van de bevalling (latente fase, ontsluiting tot ~4–6 cm) is thuis zijn voor de meeste vrouwen comfortabeler dan op de verloskamer wachten. Thuis kun je bewegen, douchen, in een vertrouwde omgeving zijn en zelf bepalen wanneer je een zitbad neemt. Bel de verloskundige bij twijfel — ze begeleidt je telefonisch door de latente fase.
Wanneer wél vroeg gaan:
Opties in Nederland:
Bespreek voorkeuren in het geboorteplan maar blijf open — weeën zijn niet te voorspellen.
Epiduraal (periduraalanesthesie, PDA) – de meest effectieve medicamenteuze pijnbestrijding tijdens de bevalling. Een katheter in de epidurale ruimte geeft continu een lokaal anestheticum toe. Moderne lage-dosis epiduralen laten beweging en houdingswisseling toe. Op elk moment in de actieve bevalling mogelijk. Niet beschikbaar bij thuisbevalling; wel in alle Nederlandse ziekenhuizen.
Meconiumhoudend vruchtwater – groen tot bruin vruchtwater dat ontstaat als de foetus onder stress zijn eerste ontlasting (meconium) in het vruchtwater afzet. Signaleert mogelijk foetale hypoxie. Vereist directe CTG-bewaking na aankomst op de verloskamer.
Uitgesteld navelstrengklemmen (delayed cord clamping) – het uitstellen van het doorklemmen van de navelstreng tot minimaal 1–3 minuten na de geboorte of tot de pulsaties stoppen. Verhoogt de ijzeropslag bij de pasgeborene met ~30 mg en vermindert het risico op bloedarmoede. Aanbevolen door WHO, KNOV en NVOG als standaard bij ongecompliceerde bevallingen.
De vroege (latente) fase duurt bij eerstegeborenen gemiddeld 6–12 uur, soms langer. De baarmoederhals rijpt en opent langzaam tot ~4–6 cm. Thuis is dan comfortabeler dan op de verloskamer wachten. Bewegen, douchen, een warmtecompres op de rug en rustmomenten helpen. Bel de verloskundige bij vragen, vliesbreuk, bloeding, groen vruchtwater of als de weeën het 5-1-1-patroon bereiken.
In Nederlandse ziekenhuizen zijn beschikbaar: epiduraal (ruggenprik / PDA) — meest effectief, via katheter; remifentanil PCA-pomp — snelwerkend pijnstillend infuus; lachgas — zelf bedienbaar masker, verlicht pijn en angst; pethidine/morfine — injectie, minder vaak gebruikt. Niet-medicamenteus: bad/douche, beweging, TENS, warmtecompres. Bij thuisbevalling is epiduraal niet beschikbaar; wel de andere opties. Bespreek voorkeuren in het geboorteplan.
Een paar methoden hebben enig bewijs: wandelen en rechtop bewegen bevorderen de indaling; seks (prostaglandines in sperma) kan de baarmoederhalsrijping ondersteunen als de vliezen intact zijn. Een weeëncocktail (castorolie) kan weeën op gang brengen maar ook tot diarree en overmatige weeën leiden — gebruik alleen op expliciete aanraden van de verloskundige en pas na 39+0. Borststimulatie kan oxytocine vrijmaken maar ook te hevige weeën uitlokken.
Uitgesteld navelstrengklemmen (delayed cord clamping) betekent dat de navelstreng pas na 1–3 minuten of nadat hij stopt met kloppen wordt doorgeknipt. Hierdoor krijgt de baby extra bloed (~80–100 ml) en ijzerreserves. Aanbevolen door WHO, KNOV en NVOG. Zet het in je geboorteplan en bespreek het bij de verloskunde-controle. Bij een spoedkeizersnede of foetale nood kan afgeweken worden.
Vruchtwater: zoetachtige geur, helder tot lichtgeel, loopt continu en is niet willekeurig te stoppen. Urine: typische urinegeur, stopt als je de bekkenbodem aanspant. Bij twijfel: draag een inlegkruisje en bel de verloskundige. Groen of bruin vruchtwater is altijd een spoedindicatie — direct naar de verloskamer.