Je bent bijna zes maanden zwanger. Je foetus is circa 30–31 cm lang en weegt circa 600–650 g. De baarmoeder reikt nu boven de navel; de navel kan afgeplat raken of naar buiten puilen. De foetus reageert actief op geluid en licht. Huid, nagels en haren worden verder afgewerkt. De longen produceren de eerste hoeveelheden surfactant — nog lang niet voldoende voor zelfstandige ademhaling, maar het proces is begonnen.
Week 24 volgt op 23 weken zwanger. In week 25 groeit het vetweefsel verder snel. Week 24 hoort bij het tweede trimester.
Zwangerschapsdiabetes (gestationele diabetes mellitus, GDM) is een in de zwangerschap voor het eerst optredende verstoring van de suikerstofwisseling. Ze heeft vaak geen klachten maar verhoogt het risico op een te groot kind (macrosomie), keizersnede en neonatale hypoglykämie. Bij goede bloedsuikerregulering zijn de risico's sterk te verminderen.
In Nederland is de glucosetest (orale glucosetolerancetest, oGTT) niet routinematig aangeboden aan alle zwangere vrouwen — dit onderscheidt Nederland van Duitsland en België. De KNOV-richtlijn adviseert een oGTT tussen week 24 en 28 bij vrouwen met één of meer risicofactoren:
Bij risicofactoren bespreekt je verloskundige of gynaecoloog de oGTT. De test is nuchter (minimaal 8 uur, alleen water), duurt circa 2 uur en bestaat uit een bloedafname vóór en 1 en 2 uur na inname van 75 g glucose. Drempelwaarden: nuchter ≥92 mg/dl, na 1 uur ≥180 mg/dl, na 2 uur ≥153 mg/dl — één overschreden waarde volstaat voor de diagnose GDM.
In België wordt een glucosescreening (50 g glucosetest als eerste stap, gevolgd door oGTT bij afwijkend resultaat) routinematig aangeboden rond week 24–28.
Vrouwen met een Rh-negatief bloedtype ontvangen in Nederland doorgaans rond week 27–30 een Anti-D-injectie als profylaxe. Dit voorkomt dat het immuunsysteem van de moeder antistoffen aanmaakt tegen het bloed van een Rh-positieve baby, wat in een volgende zwangerschap problemen kan veroorzaken. De eerste Anti-D-injectie wordt ook gegeven na invasieve ingrepen (vruchtwaterpunctie, vlokkentest) en na bloedverlies eerder in de zwangerschap. De injectie is vergoede zorg vanuit de basisverzekering.
Gestationele diabetes mellitus (GDM) – een in de zwangerschap voor het eerst optredende stoornis in de glucosestofwisseling. Treft circa 5–10 % van de zwangeren. Leidt bij onbehandeling tot macrosomie (te groot kind), verhoogd risico op keizersnede en neonatale hypoglykämie. Behandeling: dieet, beweging, eventueel insuline. Verdwijnt na de bevalling bij de meerderheid, maar verhoogt het risico op type 2 diabetes later.
Orale glucosetolerancetest (oGTT) – de standaardtest voor zwangerschapsdiabetes (24–28 w). Nuchter bloedafname, daarna inname van 75 g glucose in water, gevolgd door bloedafnames na 1 en 2 uur. In Nederland aangeboden bij risicofactoren; in België routinematig bij alle zwangere vrouwen.
Anti-D-profylaxe – een injectie met anti-D-immunoglobuline (Rh-immunoglobuline) die wordt gegeven aan Rh-negatieve zwangere vrouwen om sensibilisatie te voorkomen. In Nederland standaard rond week 27–30 en na de bevalling bij een Rh-positief kind. Vergoed vanuit de basisverzekering.
Surfactant – een vettige vloeistof die de longblaasjes (alveoli) bekleedt en voorkomt dat ze bij uitademing volledig samenvallen. Essentieel voor zelfstandige ademhaling na de geboorte. De productie begint rond week 24 maar is pas voldoende voor zelfstandige ademhaling vanaf circa week 34–36.
In Nederland is de oGTT niet routinematig voor alle zwangere vrouwen, maar wordt aangeboden bij risicofactoren: BMI ≥30, eerder zwangerschapsdiabetes, familieanamnese type 2 diabetes (eerstegraads familielid), eerder macrosoom kind (>4.500 g), bepaalde etnische achtergrond (Zuid-Aziatisch, Arabisch, Afrikaans, Hindostaans) of PCOS. Als je één of meer van deze risicofactoren hebt, vraag dan bij je verloskundige om een verwijzing voor de oGTT. In België is de glucosescreening routinematig aangeboden aan alle zwangere vrouwen.
Bij onbehandelde of slecht gereguleerde zwangerschapsdiabetes: macrosomie (te groot kind, geboortegewicht >4.000–4.500 g), wat het risico op een moeilijke bevalling en keizersnede verhoogt; neonatale hypoglykämie (lage bloedsuiker bij de pasgeborene direct na de geboorte); ademhalingsproblemen bij de pasgeborene; en op de langere termijn een verhoogd risico op overgewicht en type 2 diabetes bij het kind. Bij goed gereguleerde bloedsuiker zijn deze risico's sterk verminderd. Behandeling: dieet en beweging als eerste stap; insuline indien nodig.
De Anti-D-injectie (Rh-immunoglobuline) is alleen nodig voor vrouwen met een Rh-negatief bloedtype (rhesusnegatief). Ze voorkomt dat je immuunsysteem antistoffen aanmaakt tegen het bloed van een Rh-positieve baby. Die antistoffen zijn onschadelijk in de huidige zwangerschap maar kunnen in een volgende zwangerschap ernstige problemen veroorzaken (hemolytische ziekte van de pasgeborene). In Nederland wordt de injectie gegeven rond week 27–30 en na de bevalling (als het kind Rh-positief blijkt). Vergoede zorg vanuit de basisverzekering.
Zo vroeg mogelijk — het liefst in het eerste trimester (week 4–12), maar zeker vóór week 20. Wachtlijsten bij populaire kraambureau's in stedelijke gebieden lopen snel op. Kraamzorg is in Nederland unieke, vergoede zorg: een kraamverzorgende komt 8–10 dagen na de bevalling dagelijks thuis voor de verzorging van de baby, gezondheidscontroles van moeder en kind, en ondersteuning bij borstvoeding. Kosten: eigen bijdrage circa €5/uur (tarief 2025), rest vergoed via basisverzekering.
Bij een oGTT gelden de volgende drempelwaarden voor de diagnose zwangerschapsdiabetes (WHO/IADPSG-criteria): nuchter bloedsuiker ≥92 mg/dl (5,1 mmol/l), 1 uur na glucose ≥180 mg/dl (10,0 mmol/l), 2 uur na glucose ≥153 mg/dl (8,5 mmol/l). Het overschrijden van slechts één waarde is voldoende voor de diagnose. Bij vrouwen die zelfmeting uitvoeren (na diagnose GDM): streefwaarden zijn nuchter <95 mg/dl en 1 uur na maaltijd <140 mg/dl.