Welkom in het derde trimester. Je foetus is circa 37 cm lang en weegt circa 1000 g — een kilo. De hersenactiviteit is meetbaar; oogbewegingen (REM-slaap) zijn waarneembaar. Vetreserves bouwen snel op. De foetus kan al onderscheid maken tussen zoete en bittere smaken in het vruchtwater. De longen rijpen verder maar zijn nog niet zelfstandig functioneel voor de meeste baby's zonder medische ondersteuning.
Week 28 volgt op 27 weken zwanger. In week 29 groeit de hersenmassa verder snel. Week 28 hoort bij het derde trimester.
Vrouwen met een Rh-negatief bloedtype ontvangen de Anti-D-injectie in Nederland standaard tussen week 27 en 30. Als dit nog niet gepland staat: neem vandaag contact op met je verloskundige of gynaecoloog. De injectie is volledig vergoed vanuit de basisverzekering. Na de bevalling wordt een tweede injectie gegeven als het kind Rh-positief blijkt te zijn.
Vanaf week 28 raadt de NVOG aan om het individuele beweegspatroon van je baby te leren kennen. Er is geen vast minimumaantal bewegingen per dag — elk kind heeft zijn eigen patroon. Wat telt: ken wat normaal is voor jóuw baby.
Gebruik de 10-in-2-uur-methode als richtlijn: ga op je zij liggen, tel bewegingen (schoppen, rollen, stoten). De meeste baby's bereiken 10 bewegingen binnen 2 uur. Voel je minder dan 10 in 2 uur, of merk je een duidelijke verandering ten opzichte van het gewone patroon: bel je verloskundige dezelfde dag. Wacht niet tot de volgende ochtend.
Redenen om nooit af te wachten bij verminderde bewegingen:
In rugligging drukt de baarmoeder op de vena cava inferior (de grote ader die bloed vanuit de onderste lichaamshelft naar het hart voert). Dit kan leiden tot duizeligheid, misselijkheid en een daling van de bloeddruk bij de moeder, en tot verminderde doorbloeding van de placenta. Aanbeveling: slaap en rust bij voorkeur op de linkerzij. Als je wakker wordt op de rug: rustig naar links draaien.
Cardiotocografie (CTG) – registratie van de foetale hartfrequentie en de uteriene contracties via uitwendige sensoren op de buik. Wordt gebruikt bij verminderde foetale beweging, risicozwangerschap of tijdens de bevalling. Een normaal CTG-patroon geeft vertrouwen in het welbevinden van de foetus; afwijkingen vragen verdere beoordeling.
Vena cava inferior-compressiesyndroom – druk van de zwangere baarmoeder op de grote holle ader bij rugligging, wat de veneuze terugvloed naar het hart vermindert. Symptomen bij de moeder: duizeligheid, misselijkheid, bloeddrukdaling. Preventie: linkerzijligging. Incidenteel op de rug wakker worden is geen probleem — draai rustig om.
Foetale bewegingen als veiligheidsindicator – foetale beweging weerspiegelt het neurologisch functioneren en de zuurstofvoorziening van de foetus. Een plotselinge afname of verandering in het gebruikelijke patroon kan wijzen op foetale nood. De NVOG adviseert vertrouwdheid met het individuele patroon van de foetus en directe consultatie bij afwijkingen.
Gebruik de 10-in-2-uur-methode: ga op je zij liggen in een rustige omgeving, tel elke beweging die je voelt (schoppen, rollen, stoten, buiksprongetjes). De meeste baby's bereiken 10 bewegingen binnen 2 uur. Belangrijker dan het aantal: leer het normale patroon van jóuw baby kennen. Beweegt de baby duidelijk minder dan gewoonlijk, of bereik je geen 10 bewegingen in 2 uur? Bel dan dezelfde dag je verloskundige — wacht niet tot de volgende ochtend.
Linkerzijligging is de aanbevolen slaaphouding vanaf week 28, omdat rugligging de vena cava inferior kan afknellen en de doorbloeding naar de placenta kan verminderen. Als je wakker wordt op je rug, draai dan rustig naar links — dit is geen reden voor paniek. Een zwangerschapskussen (U- of C-vorm) helpt om de zijligging vast te houden. Kortdurende rugligging overdag (zoals bij een echo) is geen probleem.
Anti-D (Rh-immunoglobuline) is een injectie die wordt gegeven aan vrouwen met een Rh-negatief bloedtype om te voorkomen dat hun immuunsysteem antistoffen aanmaakt tegen Rh-positief bloed van de baby. Als die antistoffen er eenmaal zijn, kunnen ze in een volgende zwangerschap de rode bloedcellen van de foetus afbreken (hemolytische ziekte van de pasgeborene). In Nederland is de Anti-D-injectie standaard gepland tussen week 27 en 30 en na de bevalling bij een Rh-positief kind. Volledig vergoed.
In Nederland is de verloskundige de eerstelijns zorgverlener voor laagrisico-zwangerschappen. Doorverwijzing naar de gynaecoloog (tweede lijn) vindt plaats bij risicofactoren of complicaties, zoals: hypertensie of pre-eclampsie, zwangerschapsdiabetes, verminderde foetale groei (IUGR), meerlingen, afwijkende ligging na week 36, of op eigen verzoek. Bij een ongecompliceerde zwangerschap blijf je de gehele zwangerschap in de eerste lijn.
In het derde trimester worden de controles frequenter. Gebruikelijk schema: elke 2–3 weken van week 28 tot 36, daarna wekelijks tot de bevalling. Bij een ongecompliceerde zwangerschap zijn er geen vaste echo-afspraken meer na de 20-wekenecho, maar de verloskundige kan een groei-echo aanvragen bij week 28–32 of later als er aanleiding voor is. Het exacte schema bespreek je met je eigen verloskundige.